Sinds 1 januari 2017 zijn de regels voor het aflossen van een spaar- of beleggingshypotheek versoepeld in Nederland. Door de verandering is het voor huizenbezitters met een dergelijke hypotheekvorm nu in veel gevallen mogelijk om voor de aflossing spaarsaldo in te zetten.

spaarhypotheekHuizenbezitters met een spaarhypotheek hebben de mogelijkheid om met behoud van hypotheekrenteaftrek toch vermogen op te bouwen voor aflossing. Wel zijn er strenge regels omtrent opbouw en aflossing vanwege het belastingvoordeel.

In 2013 is ingesteld dat huizenkopers alleen hypotheekrenteaftrek krijgen als ze de hypotheek jaarlijks en binnen dertig jaar volledig aflossen.

Voordeel traditionele spaarhypotheek

Met een spaarhypotheek weet de lener zeker dat hij zijn hypotheek aan het einde van de looptijd af kan lossen. En omdat de lener altijd rente blijft betalen over het hele hypotheekbedrag kan hij, mits het een Nederlandse hypotheek betreft, altijd een relatief hoog bedrag van de belasting aftrekken. Wel staat daar tegenover dat de spaarhypotheek bruto een dure leenvorm is, omdat er niet wordt afgelost op de hoofdsom. Hierdoor blijft de rente de hele looptijd hoog. Een voordeel daarin is wel dat de maandtermijnen in de meeste gevallen vrijwel hetzelfde blijven. Want  als de rente daalt, dan stijgt de premie en vice versa. Let wel op dat bij een dalende rente het fiscale effect wordt verlaagd en de maandlasten uiteindelijk netto hoger zullen uitvallen.

Vervroegd aflossen of niet

Een van die regels is dat er voor vrijstelling minimaal vijftien of twintig jaar premie moet worden ingelegd . Sinds 1 januari is deze eis komen te vervallen bij verhuizing naar een andere koopwoning.

Overheidsplatform Wijzer in geldzaken roept huizenbezitters die overwegen te gaan aflossen wel op eerst alle gevolgen goed af te wegen. Bij een spaarhypotheek zitten de kosten bijvoorbeeld veelal aan het begin van de looptijd. Volgens Wijzer in geldzaken hoeft vervroegd aflossen daardoor niet per se financieel voordelig te zijn. Tevens kan een dergelijke stap resulteren in een hogere resthypotheek aan het einde van de looptijd dan wanneer werd doorgegaan met het initiële opbouwen.

Bron: ANP